Drie units; de achtergronden

Op deze pagina tref je wat meer achtergrond-informatie aan over de drie units. Aan de rechterkant van de pagina staan de leerling-karakteristieken, die bij een kind in de betreffende unit passen.


Beroepsgerichte unit
(basisschooladvies LWOO, BBL, KBL)

Als kinderen graag leren door te doen en zich vooral uitgedaagd voelen als het voor “het echie” is, dan zijn ze op hun plek in deze unit. Centraal staan hier de beroepsgerichte vaardigheden waarbij praktijk en theorie in samenhang worden aangeleerd. In de onderbouw oriënteren alle leerlingen zich op de drie sectoren Zorg & Welzijn, Techniek en Handel & Administratie. 

Ze gaan kijken in bedrijven, doen binnen- en buitenschools grote opdrachten en verdiepen zich in de theorie die erachter zit. In leerjaar 2 of 3 kiezen ze een richting en ontdekken ze welk diploma ze willen en kunnen halen (BBL of KBL). Daarmee stromen ze door naar niveau 2/3/4 van het ROC.

Binnen de beroepsgerichte unit kun je kiezen voor tweetalig onderwijs.

Karakteristiek:

  • Relatie met de leerkracht is heel belangrijk, leerlingen werken vaak voor de leerkracht

  • Leerlingen leren en onthouden vooral door doen

  • Leerlingen willen graag bezig zijn en producten afleveren

  • Leerlingen zijn gevoelig voor levensechte situaties, vinden het fijn om echte opdrachten te doen

  • Leerlingen zijn gebaat bij een duidelijke structuur


Heterogene unit
(basisschooladvies KBL/TL, TL, TL/HAVO)

Deze unit is voor de leerlingen die er nog niet helemaal uit zijn. Ze moeten nog ontdekken welke manier van leren hen het beste past, wat precies hun capaciteiten zijn en hun toekomstbeelden. De ambitie van de leerling wordt in overleg met de ouder vastgelegd en is het uitgangspunt voor het programma. In dit programma bevinden zich beroepsgerichte oriëntatie en een meer theoretisch aanbod.

Binnen de heterogene unit kun je kiezen voor tweetalig onderwijs.

Ervaren en reflecteren staan centraal in deze unit, waarbij ervaringen niet vrijblijvend zijn, maar tot nieuwe keuzes leiden. Overstappen naar de beroepsgerichte unit (vanuit leerjaar 1 of 2) of de havo/vwo-unit (vanuit leerjaar 1, 2 of 3) is onderdeel van dit proces en wordt opgenomen in de rapportageprocedures.

Leerlingen die in de heterogene unit hun opleiding afmaken, behalen een TL-diploma, dat recht geeft op doorstroming naar het ROC op niveau 4 of havo4.

Karakteristiek:

  • Leerlingen zijn of onzeker over hun capaciteiten en toekomstbeeld of zien een kans hun ambitie (alsnog) te verwezenlijken, de school faciliteert de zoektocht

  • De ambities van de leerling staat centraal en is richtinggevend voor het programma

  • Ervaringen zijn niet vrijblijvend, maar leiden tot nieuwe keuzes

  • Leerlingen hebben hulp nodig bij het ontwikkelen van hun manier van leren

  • Leerlingen hebben behoefte aan concrete ervaringen/verhalen/structuren.


HAVO/VWO unit
(basisschooladvies HAVO, HAVO/VWO, VWO)

In deze unit zitten de leerlingen die theoretisch en abstract kunnen denken, in staat zijn complexe vraagstukken op te lossen en door onderzoek er achter willen komen hoe iets in elkaar zit.
In de onderbouw, leerjaar 1 t/m 3, hebben we 2 soorten klassen: Nederlandstalig HAVO/VWO, Tweetalig HAVO/VWO. De lesprogramma’s van deze klassen verschillen en ze hebben ieder hun eigen lessentabel. In principe blijven de leerlingen gedurende drie jaar bij elkaar. In de derde klas kiezen leerlingen voor 4 HAVO of 4 VWO. In toenemende mate zullen voor alle klassen in deze unit Europa en de wereld als context gebruikt worden, in de les en bij verschillende activiteiten.

Karakteristiek:

  • Leerlingen willen weten, complexe opdrachten zorgen voor cognitieve uitdaging

  • Leerlingen zijn kritisch, kennis moet van betekenis zijn

  • Leerlingen zijn heel breed of juist specifiek geïnteresseerd, leerlingen doen onderzoek vanuit een sterk theoretisch kader

  • Leerlingen zijn netwerkers, ze oriënteren zich ook internationaal

  • Leerlingen krijgen steeds meer zeggenschap over eigen leren en werken