De (werk)sfeer op de Meergronden

Iedere volwassene weet het: je komt tot de beste prestaties, als je je prettig voelt op je werkplek. Dat geldt ook voor kinderen en misschien nog wel meer dan voor volwassenen. Jongeren immers zijn meer dan de meeste ouderen afhankelijk van hun omgeving. Hun eigen persoonlijkheid is volop in ontwikkeling. Een belangrijk onderdeel daarvan is een groei naar onafhankelijkheid, het zoeken naar een eigen identiteit.
  • wie ben ik zelf?
  • wie zijn mijn vrienden?
  • wat wil ik en is dat hetzelfde als mijn ouders willen?
  • heb ik een eigen mening en durf ik die te uiten of richt ik me op mijn vrienden?
  • en nog veel meer!

Juist in de leeftijd van de puberteit worden jongeren door dat soort vragen bestormd: 

Op zich is dat een heel gewone en gezonde situatie. Hij past in de ontwikkeling van elk mens, ook al loopt het per persoon heel verschillend. Toch hebben die leeftijd en de daarbij horende vragen belangrijke gevolgen. Ouders zien hun (kleine) kind veranderen. Vooral de eigen leeftijdsgroep krijgt grote invloed op de ontwikkeling van normen en waarden bij elk kind. Ook dat is normaal.


Daarom is het van groot belang, dat de school zorgvuldig aandacht besteedt aan de onderlinge omgang en algemene sfeer. Niet elke invloed is immers gewenst: dus zal je als school daar richtinggevend en ondersteunend aan moeten werken. Bovendien wil je als school de energie van jongeren - en een deel daarvan ontlenen ze aan elkaar als groep - richten op de hoofddoelen van het werk: leren goed te presteren en leren goed om te gaan met anderen. Dat zijn immers noodzakelijke dingen voor je verdere leven.

Wij vinden dat onderwijs en vorming niet gescheiden kunnen worden. Elke leerling is één eigen persoon, die kennis, waarden, vaardigheden e.a. in zichzelf tot een geheel moet maken. Dan moet je als school daarvoor de voorwaarden scheppen.


Dat is ook de reden, dat wij veel zorg besteden aan elke leerling apart èn als lid van een groep: door het mentoraat, door kleine teams van leraren, door heterogene groepen, door buitenschoolse activiteiten e.d.
Het is ook de reden, waarom wij proberen onderwijs op maat aan te bieden: aparte, maar niet gescheiden leerwegen voor sterke èn zwakke leerlingen; extra-vakken en benadrukking van zelfstandig werken en leren; veel individuele keuzemogelijkheden.

Sfeer en werksfeer zijn niet hetzelfde, maar hangen wel samen. Een goede sfeer wordt gekenmerkt door een gevoel van veiligheid. Pas als je je veilig voelt (lichamelijk èn geestelijk), kan je goed functioneren als leerling. En pas als je goed functioneert als persoon, komen de maximale prestaties van ieder tot stand.

Aandacht voor die twee kanten van veiligheid is dus van het grootste belang. Een goede organisatie (duidelijke regels, surveillance, vervangingsbeleid, duidelijke stellingname t.a.v. messenbezit op school, opruimen van de aula, toezicht fietsenstalling, weren van dealers, nauwkeurige absentenregistratie en vele andere) is de basis voor het gevoel van geborgenheid, ook op een grote school. Dat geeft rust.

De aandacht voor het wel en wee van elke leerling apart (de hechte leerlingbegeleiding, het mentoraat, het in zijn waarde laten van iedereen, het bevorderen van respectvolle omgangsvormen e.d.) staat garant voor een prettig schoolklimaat. De gelijkwaardige omgang van docenten met leerlingen is een voorbeeld voor leerlingen, hoe je "normaal" met elkaar èn met je leraar omgaat. Dat geeft ontspannenheid.

Rust en ontspannenheid zijn uitstekende voorwaarden om tot goede prestaties te komen. Dat is onze bedoeling en onze verwachting. Vaak lukt dat ook en is het niet alleen een wens. Dat bewijzen onze resultaten, maar ook onderzoek naar schoolbeleving, dat door het Centraal Bureau voor de Statistiek op een groot aantal scholen is gedaan.

We ervaren het ook zelf in de dagelijkse praktijk: het is voor leraren en leerlingen hard werken op de Meergronden: het valt ook niet altijd mee, omdat er zo veel moet. Maar in het algemeen bevalt het prima.

De schoolleiding.